In het ‘Rapport van de Commissie Onderzoek Alternatieven Ontpoldering Westerschelde (Commissie Maljers)’ wordt geschreven over het ontpolderen van een gebied in de Zuidelijke Braakmanbossen. Op zich niets mis mee dat we de natuur z’n gang laten gaan en daar waar nodig moeten helpen. Zo betaamt een scout.

Maar het vervelende van het ontpolderen van dit stuk land in Zeeuws-Vlaanderen is dat dat precies het stuk land kan zijn waar wij, als speltak Scouts van Scouting subregio Zeeuws-Vlaanderen, elk jaar onze Regionale Scouting Wedstrijden (RSW) houden; véél beter bekent in Zeeuws-Vlaanderen als de Zeeuwsch-Vlaamse Patrouille & gidsen Kampioenschappen (ZePaKa).

Hieronder lees je ‘Alternatief 5f’ uit het desbetreffende rapport. Graag je reacties onderaan dit bericht!

De Zuidelijke Braakman in contact brengen met de Westerschelde

Beschrijving van het alternatief

3 Indieners hebben voorgesteld het contact tussen de Braakman en de Westerschelde te herstellen, maar de uitwerking van hun voorstellen verschilt aanzienlijk. Dat betreft twee aspecten: het inlaatpunt en de hoeveelheid water die kan toetreden. Voorstellen om water in te laten via de Braakmanhaven worden niet verder beschouwd (hinder voor de havenactiviteiten, kans op verontreiniging bij calamiteiten), waardoor als andere mogelijkheid overblijft een verbinding ten westen van de Mosselbanken, bijvoorbeeld via de Paulinapolder en eventueel de Thomaespolder of via het bestaande afwateringskanaal langs Biervliet. De Commissie stelt zich hierbij een stromend kanaal voor dat ter hoogte van de weg N61 in de Braakmanpolder uitmondt.
De hoeveelheid water die moet worden toegevoerd, wordt bepaald door de oppervlakte van het gebied waarin men zout water wil toelaten en door het gewenste getijverschil in het bekken. Wat betreft de oppervlakte zijn er drie varianten bekeken: I) de gehele voormalige Braakman excl. de zoetwaterspaarbekkens, II) de noordelijke helft van de voormalige Braakman tot aan de weg N61 en III) de zuidelijk helft van de voormalige Braakman eveneens tot aan de weg N61. Tabel 1 geeft de resultaten van een oriënterende berekening voor een aantal varianten van het getijverschil in het bekken uitgaande van een toevoergeul van 7 km lengte. Wat betreft het getijverschil zijn er vier opties bekeken: 1) 1,5 m; 2) 2,0 m; 3) 2,5 m en 4) 3,0 m, d.w.z. vrij dicht bij het volledige tij van de Westerschelde bij Terneuzen (buitendijks gemiddeld 4,2 m, maar achter een inlaatwerk minder). In of nabij de noordelijke Braakman is DOW cs gesitueerd, als mede tal van recreatieve voorzieningen. Deze situering maakt de noordelijke Braakman uit economisch en maatschappelijk oogpunt op dit moment ongeschikt. Er zijn volgens de Commissie teveel planologische bezwaren in verhouding tot de mogelijke natuuropbrengst zodat verder alleen de zuidelijke Braakman in beschouwing is genomen.

Beschrijving huidige situatie, met name wat flora en fauna betreft

De zuidelijke Braakman bestaat uit open water, uit droog natuurgebied, bossen en uit landbouwgrond. Vanaf de zuidpunt van de Braakmankreek lopen er twee kanalen, het Isabellakanaal en het Philippinekanaal. Het Isabellakanaal is in 1920 aangelegd en vervult een functie voor de afwatering van het in België gelegen afwateringsgebied Braakman. Het Philippinekanaal is in 1899 aangelegd en verbindt Philippine met de toenmalige vaargeul in de Braakman.
In het oostelijk deel van de Braakmanpolder (langs de Lozeschorweg) liggen 3 spaarbekkens met een totale bergingscapaciteit voor 6,5 miljoen m3 water. Aan de oostzijde van de spaarbekkens bevinden zich het terrein en de gebouwen van het pompstation.
Ter weerszijden van het Isabellakanaal is bos aangelegd, verdeeld over vier bospercelen (110 hectare) (Braakmanbossen-Zuid). Buiten de bospercelen en de spaarbekkens kent het gebied hoofdzakelijk een agrarisch gebruik. Langs de Spanjaardsweg bevinden zich acht agrarische bedrijven en één burgerwoning en langs de Isabellaweg zijn drie agrarische bedrijven en één burgerwoning gevestigd. Het betreft akkerbouw- en fruitteeltbedrijven en bedrijven gericht op het fokken van melk- en/of rundvee.
De boskernen bieden broedgelegenheid aan onder meer gekraagde roodstaart, wielewaal, steenuil, torenvalk en kerkuil. Op de overgang van het open gebied naar het bos zorgt de aanwezigheid van een brede zoombegroeiing met struweel en ruigtekruiden voor een geleidelijke verdichting van het landschap, het leefgebied van soorten als patrijs, grasmus, mogelijk veldspitsmuis en ondergrondse woelmuis. De veldspitsmuis staat op de Rode Lijst van de Flora- en faunawet.

Technische uitvoerbaarheid

Om de verbinding via een toegangsgeul te realiseren, is een inlaatwerk nodig. De benodigde dimensies van de toegangsgeul, op basis van getij alleen, zijn aangegeven in Tabel 1. Dit betekent waarschijnlijk een verruiming van het bestaande afwateringskanaal langs Biervliet, of de aanleg van een nieuwe geul. Mogelijk zijn er ook voorzieningen nodig om zoute kwel naar het omliggende landbouwgebied te voorkomen.
Daarnaast moet er voldoende capaciteit zijn voor de afvoer van zoet water uit het achterland (22.300 hectare in Vlaanderen en Nederland). De piekafvoer aan de Belgisch-Nederlandse grens wordt geschat op 2,24 miljoen m3/dag (26 m3/s), 1 à 2 keer per jaar voorkomend. Dit water kan worden afgelaten via de Braakman en een noodgemaal en een spuisluis aan de Braakmanhaven. Ook het afwateringskanaal langs Biervliet kan, voor zover het getij het toelaat, worden benut voor de afvoer van zoet water.
Er is geen dijkverzwaring rond de zuidelijke Braakman-polder nodig omdat een stormvloedkering is voorzien bij het in- en uitlaatwerk.

Juridische uitvoerbaarheid

Het overgrote deel van de grond in de zuidelijke Braakmanpolder is eigendom van de Staat der Nederlanden. Slechts de boerderijen en woningen zijn particulier bezit.

Natuurbeschermingswetgeving (Vogel- en Habitat-richtlijnen, Natuurbeschermingswet 1998 en Flora- en faunawet)

De zuidelijke Braakman is niet aangewezen als Natura-2000-gebied, maar maakt voor een deel wel onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur.
De beschouwde opties met grotere getijverschillen zullen tot op zekere hoogte bijdragen aan het bereiken van een gunstige staat van instandhouding van de Westerschelde. Dat geldt zonder meer voor het getijverschil van 3,0 m, mogelijk ook nog wel voor dat van 2,5 m, maar vrijwel zeker niet voor die van 1,5 m of 2,0 m.
Er broeden in de zuidelijke Braakman in kleine aantallen enkele vogelsoorten die op Annex I van de Vogelrichtlijn staan. Mogelijk komt ook de veldspitsmuis voor die door de Flora- en faunawet wordt genoemd. Indien er Рkort gezegd Onderzoek Alternatieven Ontpoldering Westerschelde 47 Рschadelijke effecten zouden optreden voor de habitats van deze soorten is mogelijk een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 nodig. Wellicht moet ook ̩̩n of meer ontheffingen op grond van de Flora- en faunawet worden verkregen.

Overig

Mogelijke issues betreffen de wijziging van het Omgevings-plan Zeeland, bestemmingsplan(nen), grondverwerving en mogelijk (een) vergunning(en) op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken.
Dit alternatief lijkt vooralsnog mer-beoordelingsplichtig en mogelijk direct mer-plichtig.

Hydraulische en geomorfologische effecten

De hydraulische en geomorfologische effecten op de Westerschelde zullen verwaarloosbaar zijn. Alleen lokaal bij het in- en uitlaatwerk zal zich een geul vormen.

Ecologische effecten

Bij een getijverschil van 1,5 m in de zuidelijke Braakman zal het open water van de kreken vrijwel de zoutgehalten van de aangrenzende Schelde bereiken. Daardoor zullen langs de oeverzone slikken en schorren tot ontwikkeling komen (schatting totale oppervlakte 200 hectare). De hoogst gelegen gronden zullen echter vrijwel zoet blijven. Het gebied kan een zekere rol spelen als kinderkamer voor jonge vis en garnalen en als voedselgebied voor zee- en kustvogels; de aantallen kunnen in de orde van grootte van 5 – 15.000 individuen liggen. De huidige bos- en natuurgebieden zullen sterk van karakter veranderen.
Bij een getijverschil van 3,0 m zullen zich in de zuidelijke Braakman circa 350 hectare aan schorren en slikken ontwikkelen terwijl het water van de kreken zout wordt.
Zie bijlage 2. Het gebied kan een rol als kinderkamer voor jonge vis spelen en als voedselgebied voor zee- en kustvogels: de aantallen kunnen in de orde van grootte van 10 – 30.000 individuen liggen. De huidige bos- en natuurgebieden zullen geheel van karakter veranderen.

Effecten op maatschappelijke functies (bewoning, landbouw, recreatie enz.)

Een getijverschil van 1,5 m zal weinig invloed hebben op andere maatschappelijke functies. Dat is wel het geval voor de grotere getijverschillen: die zullen mogelijk tot ontruiming van landbouwbedrijven en woningen moeten leiden. Er zal sprake kunnen zijn van verzilting in aangrenzende landbouwgebieden.

Kosten

Rekening dient te worden gehouden met kostbare water-staatkundige werken (inlaatwerk, toevoergeul, afvoer zoet water, kruisingen met bestaande infrastructuur) en met enige kosten van grondverwerving (maar er is veel Domeingrond in de Braakman). Ook zullen voorzieningen moeten worden getroffen om verzilting van de aan-liggende landbouwgronden vanuit de toevoergeul tegen te gaan, c.q. het productieverlies van de aangrenzende boerenbedrijven te compenseren. Met een inlaatwerk (stormvloedkering) zijn er echter geen kosten voor dijkverzwaring rond de Braakman.

Conclusie

Aspect Beoordeling
Natuur +
Juridische haalbaarheid 0
Maatschappelijke haalbaarheid +
Kosten 0
Veiligheid 0
Eindoordeel +

Voor de natuur levert de zuidelijke Braakman in contact met de Westerschelde interessante perspectieven en wordt er op bepaalde aspecten zeker een bijdrage geleverd aan het bereiken van een gunstige staat van instandhouding van de Westerschelde, mits het aangebrachte getijverschil groot genoeg is. Het alternatief is juridisch wat bewerkelijk maar lijkt vooralsnog niet onhaalbaar. Maatschappelijk zullen er problemen zijn met landbouwbedrijven en in mindere mate met bosbouw en dagrecreatie. Er zijn vrij kostbare voorzieningen voor de nieuwe infrastructuur nodig. De veiligheid is niet in het geding. De Commissie is van mening dat dit een bruikbaar alternatief is voor ontpolderingen.

Reactie: 1
Categorie: Ontpoldering
Door:

Eén reactie op “Onderzoek Alternatieven Ontpoldering Westerschelde”

  1. Welke Scout is dat geweest??? Vast niet een uit Zeeuwsch Vlaanderen!
    Maar we hebben toch geen land gewonnen, om het vervolgens weer terug aan de zee te geven! Kortom ben er absoluut geen voorstander van.

Plaats een reactie

Je kunt alle reacties op dit bericht volgen via de RSS 2.0 feed. Je mag een reactie plaatsen op dit bericht, of een quote plaatsen op je eigen website.

Agenda

    Geen activiteiten

Twitter @sureac

Like us on Facebook